Kunstbeeld Oktober 2009

Switch!

Eigenlijk doet Donna Wolf (1963) al haar leven lang hetzelfde; een vernieuwend idee in de markt zetten. Het eerste deel van haar werkzame leven deed ze dat in het bedrijfsleven. Sinds zeven jaar is de kunstwereld haar werkterrein. Ze is medeoprichter van Déiska, een uniek kunstbedrijf, waarvan de formule is geënt op het klassieke ruilen.
Bij Déiska staan kunstenaars werk af in ruil voor praktische diensten als het invullen van belastingpapieren, het verkrijgen van een atelier, het drukken van catalogi en de productie van een kunstwerk. Die werkwijze verklaart de exotisch klinkende naam. Dé is Ka staat voor d = k, ofwel dienst = kunst. Het werk wordt ondergebracht in een commanditaire vennootschap. Verzamelaars (in spe) zijn de vennoten die de kunstwerken mogen lenen en betrokken worden bij het werk van de kunstenaars. Op die manier wil Wolf het verzamelen in Nederland stimuleren.
Terugkijkend beseft Wolf dat ze al vóór haar werkzame leven bezig was met dat concept. Tijdens haar economiestudie in Berlijn onderzocht ze de manier waarop de ruilhandel tussen Oost- en West-Berlijn tot stand kwam. Terwijl het land aan de westkant van de muur bulkte van de harde valuta, beschikten de mensen in het communistische gedeelte alleen over goederen. ‘Hoe kan je een economie laten lopen zonder geld?’
Voordat ze dat idee zou onderbrengen bij Déiska, leerde ze het financiële vak in de modewereld. Via een headhunter kwam ze zeven jaar later terecht bij Unisource, een telefoniebedrijf dat bestond uit de telefoonmonopolies van Nederland, Zwitserland en Zweden.
Wolf: ‘Belde je vanuit een hotel in Zwitserland naar de VS dan was je vijf euro per minuut kwijt. Wij zorgden voor een bepaalde techniek waardoor het relatief goedkoop kon.’ Unisource legde niet zelf de telefoonlijnen in de grond. ‘We voerden een dienst uit via een andere partij, waar de klant voordeel van had.’ In een notendop is dat ook de werkwijze van Déiska. Na zes jaar beschikte iedereen over een mobiele telefoon en was de markt geliberaliseerd. Unisource behoorde tot het verleden. De bedrijfsonderdelen werden verkocht, een klus waaraan Wolf ook een jaar werkte.
Haar oude telefoniebaas vroeg haar vervolgens voor StepStone, een internet-banenwebsite die onder haar ogen groeide naar vestigingen in elf landen. Vier dagen per week zat Wolf in het vliegtuig. Stond ze ’s morgens om vijf uur op, stapte ze vervolgens in het vliegtuig, zodat ze om negen uur aan de vergadertafel in bij voorbeeld Londen of Parijs kon zitten.
Na anderhalf jaar opbouw raakte de jobmarket in een dip. Het beleid werd gericht op afstoten. Wolf maakte de balans op. Rationaliseren kon haar niet meer boeien. Al dat reizen betekende bovendien dat ze haar vrienden nauwelijks zag en niet toe kwam aan haar creatieve kant. Tijdens een sabbatical wilde ze tijd maken voor concertbezoek, en fotograferen.
Toch zat ze met het idee voor Déiska al in haar hoofd op een gegeven moment bij een headhunter. Er waren drie banen waarvoor ze geschikt was. Nadat ze háár concept had uitgelegd, moedigde de headhunter haar aan daarmee door te gaan. Wolf sputterde nog tegen dat ze niemand in de kunstwereld kende, maar 48 uur later was er geen weg meer terug.
Samen met jurist De Geer werkte zij het businessplan van Déiska uit, waarna het bedrijf in 2002 – na de komst van drie businessangels – een feit was. Inmiddels leidt Wolf het bedrijf alleen. Ze werkt samen met circa veertig (internationale) kunstenaars en heeft vijftig (internationale) investeerders aan zich weten te binden. De collectie omvat ongeveer tweehonderd werken. De foto bij dit artikel werd volgens het ruilprincipe gemaakt door Ilya Rabinovich

Sandra Jongenelen.
Kunstbeeld July 2006

Nieuw kunstcentrum in Amsterdamse binnenstad


Juli 2006 - Het is geen museum, geen galerie, geen kunsthal en geen kunstenaarsinitiatief, maar wel een kunstcentrum dat op unieke leest is geschoeid. [ De ïs Ka ], spreek uit: dé = k, zwerft sinds vier jaar door Amsterdam en streek vorige maand neer aan de Vijzelgracht. Daar presenteert het bedrijf in een markant gebouw dat min of meer is gedrapeerd rond de Aldi-supermarkt, werk van jonge talentvolle internationale kunstenaars.
Het vloeroppervlak bedraagt bijna vijfduizend m2, nagenoeg vergelijkbaar met de beoogde uitbreiding van het Stedelijk Museum. De ruimte is tot januari 2007 toegankelijk en telt ook vier ateliers. Tot de stal van [ De ïs Ka ] behoren onder andere Elena Beelaerts, Martha Colburn en het duo Libia Pérez de Siles en Ólafur Olafsson. Aan het eind van het jaar zal het aantal aangesloten kunstenaars zijn opgelopen tot veertig.
[De ïs Ka ] maakt jaarlijks niet alleen wisselende tentoonstellingen, maar leent ook kunst uit aan particulieren en bedrijven. De formule is geënt op het klassieke ruilen, waarbij kunstenaars een werk afstaan in ruil voor praktische zakelijke diensten als het invullen van belastingpapieren, het drukken van catalogi, de productie van een kunstwerk of de bouw van een website. Die werkwijze verklaart ook de exotisch klinkende naam. De ïs Ka staat voor d = k, ofwel dienst = kunst.
Kunstenaars ruilen wel vaker kunst voor een juridisch advies, maar het unieke is dat de kunstwerken zijn ondergebracht in een commanditaire vennootschap (cv). De vennoten zijn particulieren en bedrijven die eenmalig een bedrag vanaf 6.750 euro betalen, waarna ze de kunstwerken mogen lenen en uitnodigingen krijgen voor lezingen, museum-, atelier- en galeriebezoek.
In de praktijk reikt de samenwerking verder en steunen zij dikwijls ook kunstprojecten. Veel van de vijfendertig vennoten verzamelen inmiddels zelf kunst, waarmee ze voldoen aan een belangrijke doelstelling van [ De ïs Ka ]: het vergroten van de verzamelaarsmarkt.
Sinds de oprichting trekt het bedrijf door de stad en vindt het tijdelijk onderdak in leegstaande gebouwen. Dat nomadische is essentieel, vertelt oprichtster Donna Wolf. ‘Kunstenaars vinden het spannend in dit soort panden. Juist door die tijdelijkheid komt een bepaald soort energie los en kunnen nieuwe ideeën op korte termijn worden gerealiseerd.’
Als facilitator voor de kunst hoopt Wolf meerdere plekken in de stad om te toveren tot kunstcentra. ‘Er is in Amsterdam een nijpend tekort aan tentoonstellingsruimtes voor actuele kunst.’ Datzelfde geldt voor ateliers. Vorige jaar kreeg ze nabij de Arena in Amsterdam-Zuidoost, al tien ateliers van elk vijfhonderd m2 gratis ter beschikking. Met de vier in het centrum komt dat aantal nu op veertien.
Essentieel onderdeel van [ De ïs Ka ] is de samenwerking met zowel bedrijven als (kunst)instellingen, waaronder de redactie van het kunstblad van de Universiteit van Amsterdam. Op de nieuwe locatie presenteerde Wolf tot half juni het eindexamenwerk van zo’n zestig deeltijdstudenten van de Rietveldacademie. Vanaf september heeft ze een duo-tentoonstelling met De Appel, waar werk is te zien van de Franse kunstenaar Melik Ohanian (1969). [ De ïs Ka ] zal zijn video-installatie Seven minutes before tonen.
Dat werk bestaat uit zeven grote videoschermen – net één te veel voor de menselijke brein om te kunnen volgen – met zeven momenten die ‘ergens’ aan vooraf gingen.
In de zomer is behalve de presentatie van kunstenaars uit de eigen stal, een solo te zien met werk van de Spaanse kunstenaar David Maroto (1976). Hij woont en werkt in Rotterdam en had vorig jaar een tentoonstelling in W139. Ook deed hij een jaardurend project bij TENT.
Aan de Vijzelgracht staat Maroto’s video-installatie Déjà Vu met op internet gevonden beelden, die een soort filosofisch stripverhaal vormen. Centraal staat de beeldcultuur en de overvloed aan informatie. Wolf volgt Maroto al een jaar wat niet ongebruikelijk is voor de werkwijze van [ De ïs Ka ].

www.deiska.nl